Volkswagen

Een Volkswagen Kever uit 1951 op de Techno Classica 2016 in Essen.
Een Volkswagen Kever uit 1951 op de Techno Classica 2016 in Essen.

Volkswagen

 

Ferdinand Porsche werd in 1875 geboren en belandde rond de eeuwwisseling in de wereld van automobielconstructeurs. Nadat hij in dienst van verschillende  autoproducenten had gewerkt, opende hij in 1931 samen met enkele naaste medewerkers en zijn zoon Ferri een eigen constructiebureau in Stuttgart.

Een van de idealen van Porsche was om een auto te ontwikkelen als gebruiksvoorwerp voor de massa; simpel en degelijk.

In 1932 kreeg het bureau van Porsche opdracht van motorfietsproducent Zündapp voor het ontwerpen van een kleine auto. De wagen werd afgeleid van een zescilindermodel dat hij in 1931 voor Wanderer had ontwikkeld. De Zündapp kreeg een vijfcilinder stermotor welke, evenals bij de Wanderer, achterin werd geplaatst.

Zündapp moest wegens geldgebrek de opdracht voortijdig staken, maar kort daarna kwam motorfietsfabrikant NSU met een soortgelijke opdracht.

Vanuit het Zündapp project werden twee prototypen geconstrueerd welke verschillende carrosserievormen hadden. In deze auto werd voor het eerst de viercilinder boxermotor beproefd. NSU moest echter het project ook vroegtijdig stoppen omdat een oud contract met Fiat verbood dat NSU zelfstandig auto’s mocht fabriceren.

De kersverse kanselier Adolf Hitler kondigde in 1933 bij de opening van de autotentoonstelling in Berlijn aan, dat iedereen binnen afzienbare tijd in staat zou zijn een eigen auto te bezitten. Kort daarna nodigde Hitler Porsche uit een rapport samen te stellen met daarin uiteengezet hoe een “auto voor het volk” eruit zou moeten zien. Porsche dacht aan een auto goedkoop in aanschaf en onderhoud, betrouwbaar en onverslijtbaar, welke een snelheid van minstens 100 km/h moest halen en plaats moest bieden aan een gezin van 4 a 5 personen.

In 1934 besloot het verkeersministerie om Porsche opdracht te geven voor het ontwikkelen van een volkswagen met als voorwaarde dat de auto niet meer zou mogen kosten als duizend mark.

In 1936 reden drie onopvallende als meikevers uitziende asgrauwe autootjes over een testcircuit. Dagelijks werd 800 km gereden, verdeeld over twee trajecten. ’s Morgens werd het eerste traject verreden; verharde wegen, lange rechte vlakke stukken, bochtige gedeelten, steile hellingen en tenslotte 22 km lang een gedeelte vol kuilen en gaten.

’s Middags het tweede gedeelte over autosnelwegen, 446 km van Stuttgart over Bruchsal tot Bad Nauheim en terug. Elke dag reden de drie “meikevers” door Zuid-West Duitsland tot de voorgeschreven 50.000 km verreden waren.

In de eerste 5.000 km braken van alle drie auto’s de versnellingshendels, de krukassen en drijfstangen begaven het, versnellingsbakken begonnen te rammelen, kleppen verbrandden, remmen versleten en voorassen raakten los.

s’ Nachts werden de problemen onderzocht en verholpen.

Diplomingenieur Vorwig werd aangewezen om een rapport aan de auto-industrie uit te brengen; “ De constructie blijkt doelmatig, over het algemeen hebben de testwagens op de 50.000 km voldaan. Men heeft wel een aantal mankementen gehad en er zijn ook nogal wat foutjes ontdekt, maar deze zijn niet van essentiële aard en vermoedelijk ook zonder bijzondere technische moeilijkheden te verhelpen. Verschillende constructie-eenheden, zoals de vooras en de remmen, dienen ter verdere ontwikkeling nog eens grondig getest te worden. Olie- en benzineverbruik blijven binnen redelijke grenzen. De rij-kwaliteiten en prestaties zijn goed. Op grond van gebleken eigenschappen verdient het aanbeveling de wagen verder te ontwikkelen”.

Na het rapport van Vorwig, gaf de staat opdracht om de volkswagen verder te ontwikkelen.

Porsche’s constructiestaf groeide uit tot honderd man en in Zuffenhausen, een industriewijk van Stuttgart, verrees een fabriek.

In 1937 werden 30 testwagens in serie gemaakt en Porsche’s zoon Ferri kreeg de leiding over de proefnemingen. Er werden 200 chauffeurs in dienst genomen en in een kazerne in Kornwestheim werd het hoofdkwartier gevestigd.

In de zomer van 1937 begon de test van 80.000 km over autosnelwegen, alpenpassen, kuilen en kinderkoppen. De wagens reden samen 2,4 miljoen km en hiermee was dit de zwaarste krachtproef in de geschiedenis van de auto.

Op 26 mei 1938 startte men met de bouw van de Volkswagen fabriek en bijbehorende stad Wolfsburg, vlak bij het dorp Hesslingen. Het was de bedoeling dat de productie in oktober 1939 zou starten, maar pas toen de oorlog begon was het eerste gedeelte van de fabriek gereed en voor het grootste gedeelte geïnstalleerd. Er ontbraken op de mechanische afdeling echter nog onmisbare machines toen men in de loop van 1940 met de productie startte. Niet met personenwagens maar met de Kübelwagen, een oorlogsversie van de volkswagen. Verschillende onderdelen moesten toen buiten de fabriek worden vervaardigd. Vanaf 1942 werd in Wolfsburg ook de Schwimmwagen gebouwd, een amfibivoertuig. Tot 1945 liepen van beide types bijna 70.000 voertuigen van de band, terwijl slechts enkele exemplaren van de “normale” volkswagen werden gebouwd, b.v. in 1943 een kleine serie vierwielaangedreven kevers, ook voor oorlogsdoeleinden.

Dat de Kübelwagen en de Schwimmwagen op de oorlogsterreinen zeer goed bleken te voldoen, was een bewijs voor de doelmatigheid van de constructie.

Aan het eind van de oorlog was de fabriek voor meer dan 70% verwoest, maar omdat er nog een voorraad onderdelen was, werden er in 1945 onder leiding van de Engelsen nog 1.700 volkswagens gebouwd. In 1946 bedroeg de productie zelfs 10.000 auto’s, maar daarna stortte de productie in elkaar omdat de voorraden waren uitgeput.

De Engelsen deden alle moeite om een vakman te vinden als directeur van de fabriek en op 1 januari 1948 trad Heinrich Nordhoff in functie als algeheel leider van de VW-fabriek. Hij reorganiseerde de productie, legde een groot verkoopnet aan en voerde een klantenservice in. Nordhoff bracht binnen het half jaar, op 1 juni 1948, de productie van 900 naar 1.800 auto’s per maand. In 1948 werden 19.244 auto’s afgeleverd en er werden auto’s geëxporteerd, eerst naar Nederland en later ook naar Zwitserland. In 1949 liepen 46.000 wagens van de band en er werden nu ook auto’s geëxporteerd naar de Verenigde Staten.

In 1950 was het productie aantal meer dan 90.000, terwijl in dit jaar het programma werd uitgebreid met een bestelwagen.

De miljoenste Kever werd in 1955 geproduceerd en in 1960 werd het bedrijf beursgenoteerd als Volkswagenwerk A.G. In 1964 werd Auto Union van Daimler Benz overgenomen en in 1969 volgde de toevoeging van NSU aan Auto Union tot Audi NSU Auto Union A.G.

Het productierecord van de T-Ford werd in 1972 door de kever verslagen en in 1973 waren meer dan 16 miljoen Kevers geproduceerd. In 1974 werd de Golf op de markt gebracht als vervanger van de kever, het productieaantal van de Golf overtrof in 2002 al die van de Kever.

De naam Volkswagenwerk A.G. werd in 1985 gewijzigd in Volkswagen A.G. en Audi NSU Auto Union A.G. werd omgezet in Audi A.G.

In 1986 werd Seat overgenomen, in 1991Skoda en in 1998 volgden Bugatti, Lamborghini en Bentley. De overname van Porsche stond gepland voor 2011.



Aandeel Volkswagen uit 1991.

Aandeel van DM 50 Volkswagen A.G. uit 1991 met de afbeelding van een halve brilkever, het aandeel kan een ander nummer hebben dan het aandeel op de foto.

€ 15,00

  • Beschikbaar
  • Levertijd: 1-3 dagen1