Hispano-Suiza

Een Hispano-Suiza H6B uit 1924 met een dual-cowl phaeton koetswek van de Parijse carrosseriebouwer Million-Guiet, te zien in het louwman Museum in Den Haag.
Een Hispano-Suiza H6B uit 1924 met een dual-cowl phaeton koetswek van de Parijse carrosseriebouwer Million-Guiet, te zien in het louwman Museum in Den Haag.

De Zwitserse ingenieur Marc Birkigt verhuisde omstreeks 1900 naar Barcelona. Hij wist zijn Spaanse werkgever, het bedrijfje La Cuadra, zover te krijgen om kleine series auto’s te bouwen. Het bedrijfje ging failliet, de grootste schuldeiser, J. Castro, verwierf de boedel en liet de autoproductie in kleine series, onder zijn naam weer beginnen. Door geldgebrek kwam er een einde aan de onderneming en ditmaal werd de zaak overgenomen door een man met visie, Damien Mateu. Hij maakte er in 1904 de “Hispano Suiza Fabrica de Automovils” van. De naam wees op het samengaan van Zwitserse kennis met Spaans kapitaal. In 1907 kocht de jonge Spaanse koning Alfonso XIII de eerste van de ongeveer dertig Hispano Suiza’s die in zijn bezit zouden komen. Het merk maakte in 1909 zijn wedstrijddebuut in de race om de beker van Catalonië en in 1910 won een Hispano Suiza de Coupe des Voiturettes. Op de Brookland baan werden met het onvergetelijke model “Alfonso” snelheden van meer dan 120 km/h gereden. Dit model bracht het merk zoveel internationale roem, dat in 1911 een assemblagefabriek werd gebouwd in Levallois-Perret bij Parijs. Het modebewuste Franse publiek werd van daaruit bediend. Birkigt experimenteerde ook met compressoren, maar zonder veel succes. Na 1913 deed de fabriek nauwelijks nog aan wedstrijden mee. De Franse Hispano Suiza fabriek verhuisde in 1914 naar een grotere fabriek in het nabijgelegen Bois-Colombes. In de 1e wereldoorlog bouwde Hispano Suiza beroemde vliegtuigmotoren voor de geallieerde gevechtsvliegtuigen. Uit Frankrijk kwam het embleem met de vliegende ooievaar, gebaseerd op het squadronvignet van Frankrijks grootste jachtvlieger, Georges Guynemer, met z’n SPAD-vliegtuig met Hispano Suiza motor.

Van 1919 tot 1931 werd het type H6 gebouwd, dit was de duurste Europese auto. Daarne moest de J12 nog exclusiever worden. In Tjechoslowakije bouwde Skoda van 1924 tot 1927 Hispano Suiza’s in licentie. In 1931 nam het merk de Ballot fabriek over. De Franse fabriek staakt de autoproductie in 1939 en ging zich toeleggen op de winstgevender productie van wapens en vliegtuigmotoren. In Barcelona ging men door met de fabricage van automobielen tot 1943 en de Spaanse fabriek werd overgenomen door vrachtwagenfabrikant Pegaso. Vroeg in de vijftiger jaren kwam de Spaanse fabriek nog met de sportwagen Pegaso, maar deze sloeg niet erg aan. Na een fusie met Bugatti in 1963, werd het bedrijf een belangrijk onderdeel van de Franse luchtvaartindustrie. Tegenwoordig behoort Hispano Suiza tot de Zwitserse wapenproducent Oerlikon-Bührle.

In Barcelona werden totaal 6.000 auto’s gebouwd en in Parijs 2.600.


De Hispano Suiza aandelen zijn een ontwerp in Jugendstil van de beroemde Spaanse schilder Ramon Casas (1866-1932).

De Italiaanse actrice Teresa Mariani, het lievelingsmodel van Casas, poseert in een bontjas voor een Hispano Suiza.

Uitgiftes van aandelen: 1e emissie in 1904 (500 stuks), 2e emissie in 1905 (500 stuks), 3e emissie in 1906 (2.000 stuks), 4e emissie in 1910 (1.500 stuks), 5e emissie in 1915 (500 stuks), 6e emissie in 1916 (6.000 stuks), 7e emissie in 1918 (9.000 stuks) en 8e emissie in 1940 (10.000 stuks).


Enkele films over Hispano-Suiza, Spaanstalig en Engelstalig.