delahaye

Een Delahaye op de Techno Classica 2015 in Essen.
Een Delahaye op de Techno Classica 2015 in Essen.

Emile Delahaye nam in 1887 een kleine werkplaats over van de heer Brethon in de Franse plaats Tours. Daarvoor was hij hoofdingenieur geweest bij een bedrijf dat railvoertuigen produceerde.

In 1894 begon hij auto’s te bouwen met één- en tweecilinder motoren en riemaandrijving. Een jaar later was de eerste gereed en in 1896 deed Delahaye met twee auto’s mee aan de 1000 mijlen race Parijs-Marseille-Parijs. De coureur Ernest Archdeacon werd vierde en Delahaye zelf werd zesde in het totaalklassement, ze waren winnaar in hun klasse. Langzaam werd de naam Delahaye verbonden met sportief rijden. In 1898 werd in Parijs een tweede fabriek geopend en kwam Charles Weiffenbach als ontwerper in dienst. In 1899 had men ondertussen al zeshonderd wagens afgeleverd, voor het merendeel vrachtwagens.

Emile Delahaye trad in 1901 terug en liet de bedrijfsvoering over aan z’n zakenpartners Desmarais en Morane. Als fabrieksdirecteur werd Charles Weiffenbach aangesteld en deze nam in 1906 de onderneming over. Toen begonnen de gloriedagen voor het merk Delahaye, koning Alfonso XIII van Spanje was één van de klanten. Monsieur “Charles” zou het bedrijf meer dan dertig jaar leiden.

Vanaf 1909 exporteerde Delahaye naar Engeland en in Duitsland werden Delahayes in licentie gebouwd door Protos. Zonder licentie werden ze in Amerika door White geproduceerd.

In 1914 was Delahaye waarschijnlijk het eerste merk dat een produktie auto met een V6 motor uitrustte. Delahaye overleefde de eerste wereldoorlog met het bouwen van vrachtwagens en in de jaren na de oorlog werden nog vrachtwagenmotoren in de personenwagens toegepast.

In 1927 volgde er een samenwerking met Chenard Walker, Donnet en Unic. In de loop der jaren waren de Delahayes steeds luxer en zwaarder geworden, het sportieve karakter had hieronder te lijden. In 1930 verklaarde Ettoire Bugatti tegen Monsieur Charles: “Jullie hebben jarenlang fantastische machines gebouwd, maar ondertussen lijken jullie auto’s op brandweerwagens. Maak jullie auto’s en motoren weer lichter en sneller, dan zullen jullie meer verkopen”. In 1933 had Delahaye een nieuwe generatie voertuigen op de Salon van Parijs, ze waren lichter en sneller.

Delahaye kocht in 1935 Delage op, waarbij dit merk bleef bestaan met auto’s opgebouwd uit Delahaye onderdelen.

In de dertiger jaren werden de auto’s uitgerust met zeer elegante koetswerken van beroemde carrosseriebouwers als Figoni & Falaschi, Chapron en Letourneur et Marchand. Het beste model van Delahaye was Type 135 dat in 1936 verscheen. Het werd echter in de crisisjaren steeds moeilijker om geld te verdienen met de bouw van luxe automobielen.

Net zoals in de eerste wereldoorlog, werd ook de tweede wereldoorlog overbrugt door het bouwen van vrachtwagens.

Na 1947 waren de fabrieksontwerpen van Phillipe Charbonneux. Van de dure Delahayes verkocht men er in 1950 slechts 483, maar in 1951 waren het er nog maar 77. In 1951 werd nog wel de Rally van Monte Carlo gewonnen.

Hotchkiss nam in 1954 Delahaye over, daarna werden er geen personenauto’s meer gebouwd, alleen nog vrachtwagens.