Peugeot

Een Peugeot type 126 12-15-HP Touring uit 1910, te zien in het Louwman Museum in Den Haag.
Een Peugeot type 126 12-15-HP Touring uit 1910, te zien in het Louwman Museum in Den Haag.

Armand Peugeot, telg uit een Franse familie van ijzerwarenhandelaren, bouwde in 1889 samen met Leon Serpollet een driewielige stoomauto die werd geëxposeerd op de Tentoonstelling van Parijs. Emille Levassor, die motoren van Gottlieb Daimler in licentie bouwde, bezocht samen met Gottlieb Daimler de Peugeot fabriek in Valentigney om Peugeot te overtuigen van de mogelijkheden van Daimlers verbrandingsmotor. Daarop begon Peugeot auto's te bouwen met Daimler motoren die bij Levassor waren geproduceerd.

In 1896 werd de S.A. des Automobiles Peugeot opgericht. Peugeot vestigde een fabriek in Audincourt en begon ook zelf tweecilinder motoren te produceren, ontworpen door Gratien Michaux.

De eerste zescilinders werden in 1908 gepresenteerd met een cilinderinhoud van 10,4 liter.

Armand's neef Robert bouwde tussen 1906 en 1910 ook auto's onder de naam Lion-Peugeot. In 1910 fuseerden beide firma's en werd de S.A. des Cycles et Automobiles Peugeot opgericht en er werd een nieuwe fabriek gevestigd in Sochaux, nu nog steeds de hoofdvestiging van het bedrijf.

In 1912 werd een nieuw type Bébé gepresenteerd, ontworpen door Ettore Bugatti. Peugeot werd in deze periode ook zeer succesvol in wedstrijden zoals de Franse Grand Prix en de 500-mijlsrace van Indianapolis, met de coureurs Boillot, Goux en Zuccarelli.

In de twintiger jaren breidde Peugeot sterk uit, onder andere door de overname van De Dion Bouton.

Rond 1930 ontwierp Bugatti nog een 995 cc compressormotor voor Peugeot, die eigenlijk de helft was van Bugatti's Type 35 GP-motor. De productie werd echter gestopt toen Boillot tijdens een testrit verongelukte.

In de jaren dertig werden buitengewone stroomlijn-carrosserieën ontworpen door Andreau.

Peugeot nam in 1950 het merk Chenard-Walcker over, ook had Peugeot al een aanzienlijk aandeel in Hotchkiss.

De S.A. des Automobiles Peugeot werd in 1965 omgezet in een holding met de naam P.S.A.

In 1974 kwam P.S.A. in het bezit van het volledige aandelenkapitaal van Citroën S.A. en in 1978 kocht P.S.A. alle dochterondernemingen van Chrysler Corporation in Europa; Simca in Frankrijk, Rootes in Groot-Brittannië en Barreiros in Spanje. Deze bedrijven fuseerden in 1980 met Automobiles Peugeot en de merknaam Talbot werd weer gebruikt voor de productie van Chrysler Europe, echter geleidelijk aan verdween het merk Talbot.