de dion bouton

Een De Dion-Bouton Monocylindre AL (1906-1912).
Een De Dion-Bouton Monocylindre AL (1906-1912).

Graaf Albert de Dion was geboeid door techniek en wilde een mechanisch voortbewogen koets ontwikkelen. Hij nam in 1881 de instrumentmaker Georges Bouton met zijn zwager Trépardoux in dienst. Het drietal stichtte nog in datzelfde jaar een firma. Na een jaar zwoegen, kregen ze patent op een nieuw licht type stoomketel en in 1883 reed hun eerste stoomvoertuig uit de werkplaats.

De zaken gingen na enige tijd zo goed dat De Dion een reusachtig fabriekscomplex bouwde in Puteaux, negen km ten westen van Parijs. Trépardoux was de uitvinder van de De Dion-as, als overbrenging voor de zware stoommachines.

De eerste betrouwbaarheidsrit werd in 1894 uitgeschreven, een rit van 126 km van Parijs naar Rouen. Een stoomtrekker van De Dion kwam als eerste Rouen binnen, maar van de vijftien deelnemers die het einddoel wisten te bereiken, werd de eerste en de laatste door stoom voortbewogen terwijl de overige dertien een verbrandingsmotor hadden. De wagens van de firma’s Peugeot en Panhard-Levassor waren bijna allemaal over de finish gekomen.

Voor graaf De Dion (met de bijnaam “Comte-Mécanicien”) was het duidelijk dat de verbrandingsmotor de toekomst moest hebben en hij besloot hierop over te schakelen. Compagnon Trépardoux kon zich hiermee niet verenigen en verliet voorgoed de fabriek. De Dion en zijn compagnon Bouton hadden in 1889 octrooi op watergekoelde motoren gekregen en na jaren van ontwikkeling verschenen in 1895 de eerste betrouwbare producten, ééncilinder driewielige voertuigen.

Op 12 november 1896 richtte De Dion met graaf van Zuylen van Nyevelt en Paul Meyan de “Automobile Club de France” op.

In 1898 volgden ééncilinder vierwielige voertuigen. Omdat de ééncilinder motoren zeer goed voldeden, gingen andere automobielfabrikanten deze ook in hun wagens bouwen. Ook leverde De Dion-Bouton andere delen zoals assen en gangwissels aan andere fabrikanten. In 1904 waren al 40.000 motoren gefabriceerd in de fabriek in Puteaux. De eerste tweecilinder auto kwam in 1903 en een viercilinder verscheen in 1905. In 1910 bouwde De Dion als eerste een in serie geproduceerde V8 van enige betekenis.

De financiële problemen werden echter voor het bedrijf steeds groter, met een tijdelijke sluiting van de fabriek in 1927 als gevolg. Daarna werd de produktie weer hervat met een model met een 2,5 liter achtcilinder lijnmotor en een model met een 2 liter viercilinder motor. Er werden er maar weinig verkocht, ondanks een vergroting van de achtcilinder naar 3 liter in 1930. De laatste personenwagen werd gebouwd in 1932.

De fabriek bouwde nog vrachtwagens tot laat in de veertiger-jaren en werd toen een servicebedrijf. De naam De Dion-Bouton verscheen het laatst op een motorfiets in de vijftiger-jaren.

In 1953 overleed de “Vader van de Franse automobielindustrie”.