amsterdamsche rijtuig maatschappij

 

 

In 1884 ontstaat de ARM (Amsterdamsche Rijtuig Maatschappij) uit de overname van de ARV (Amsterdamsche Rijtuig Vereeniging) door de RM (Rijtuig Maatschappij).

ATAX (Amsterdamsche Taxameter Automobielen Maatschappij) wordt in 1908 opgericht als dochterbedrijf van ARM, een taxibedrijf met elektrische auto’s.

De in 1911, als concurrent van ATAX opgezette Autovervoer Maatschappij Trompenburg, dochter van de Industriëele Maatschappij “Trompenburg” (Spyker), wordt in 1912 overgenomen door ARM en omgedoopt tot AEM (Auto Exploitatie Maatschappij). Dit waren de eerste benzineauto’s in de ARM-vloot. Daarmee werd voor het eerst ook een garage- en reparatiebedrijf geëxploiteerd.

ARM is in 1915 vertegenwoordiger van Amerikaanse merken Maxwell (lichte auto’s) en General Motors Trucks en het Engelse merk Peerless. In 1918 volgt de import van het Belgische merk Minerva en het Oostenrijkse merk Austro Daimler.

ARM koopt in 1919 TAM (N.V. Taxi Auto Maatschappij) met 60 auto’s, vooral Opels.

In 1923 volgt de overname door ARM van Verweij & Lugard’s Automobiel Maatschappij (VLAM).

ARM is in 1924 vertegenwoordiger van de vrachtwagenmerken Auto-Traction, Laffly en Somua. In 1925 levert ARM 334 auto’s aan VLAM waarvan 278 van het merk Studebaker.

De elektrische auto’s van ATAX en de Opels, Renaults en Austro-Daimlers werden in 1925 nagenoeg allemaal vervangen door lichte benzinewagens van het merk Citroën.

In 1926 levert ARM 262 auto’s aan VLAM waarvan het grootste deel van het merk Studebaker.