Amilcar

Een Amilcar op het Concours d'Élégance 2016 op Paleis Het Loo in Apeldoorn.
Een Amilcar op het Concours d'Élégance 2016 op Paleis Het Loo in Apeldoorn.

Dit beroemde Franse merk startte in 1921 met een kleine auto, ontworpen door Jules Salomon, Edmont Moyet en André Morel. Jules Salomon had voorheen bij Le Zèbre gewerkt en zou later de onsterfelijke Citroën C5 ontwerpen. De motoren leken dan ook sterk op die van Le Zèbre en Citroen. De onderneming werd gefinancierd door twee aandeelhouders van Le Zèbre, Emil Akar en Joseph Lamy De naam Amilcar was een samenvoegsel van deze twee achternamen. Het merk was een vertegenwoordiger van een belangwekkende groep lichte Franse automobielen, waartoe ook Aries, Mathis, Salmson en Senechal behoorden. Zij hadden motorfietsspatborden en geen deuren. Het puntige achterstuk heette de “Grand-Prix-staart”. De Amilcar was uitzonderlijk populair in Engeland. In 1922 won Morel de allereerste Bol d’Or race in het Franse Fôret de St. Germain. In de Voiturette Grand Prix op Le Mans bezetten de Amilcars een derde en een vierde plaats, vlak achter twee Salmsons. In 1924 werden beroemde sportwagens gebouwd. In dat jaar won Amilcar honderdtwee keer een race en er werden vijf wereldrecords gebroken. Ook werden auto’s in licentie in Duitsland gebouwd onder de naam Pluto en in Oostenrijk onder de naam Grofri. In 1926 haalden de auto’s een topsnelheid van ruim 200 km/h en waren een geduchte concurrent voor Bugatti. In dat jaar claimde het bedrijf 74 overwinningen, inclusief verschillende Voiturettes Grand Prix’s. In 1927 won Amilcar de Rally van Monte Carlo. Amilcarcoureur De Cavardie bracht zijn 24-uurs-record op een gemiddelde van 135 km/h. De Franse autoindustrie had het ondertussen moeilijk en er verdwenen steeds meer merken. Bijna alle kleine fabrieken moesten sluiten, zelfs De Dion Bouton. Grote gesloten auto’s zoals Citroën schenen de toekomst te hebben. Akar en Lamy verlieten Amilcar in 1927. Albert Neubauer kwam aan het hoofd te staan en Amilcar schakelde over naar grote auto’s. De introductie van een achtcilinder lijnmotor in 1929 kon Amilcar niet meer populair maken. In 1932 kwam de Pégase uit met een Delahaye motor, maar dit model kon de neergang van de fabriek niet tegenhouden. In 1937 fuseerde Amilcar met Hotchkiss en er werd een kleine lichte wagen uitgebracht. Met het begin van de 2e wereldoorlog in 1939 verdween het merk.